Participeren en improviseren
The Impro Company

Scene 1
 
We zijn in het dorpje Onder-Leeuwen, waar bewoners het hoge water van 1995 nog vers in hun geheugen hebben zitten. Het hele dorp moest worden geëvacueerd.
 
En nu lezen ze in de krant: de dijk moet wéér op de schop.
 
Tijdens een inloopavond komt de projectleider, daarbij gesteund door gedeputeerde en dijkgraaf, wel even vertellen hoe het zit. De beste man heeft zijn mond nauwelijks open, of er komt een hele reeks aan zorgen los. Kan ik straks nog wel op mijn land komen?, vraagt de boer.  Hoe blijven mijn kinderen hier veilig wonen?, vraagt een bewoner. Wat moet er van mijn theehuis worden?, wil de buurvrouw weten. En de projectleider? Die draait zijn verhaal af – en om de hete brij heen.
 
Stop! Hoog tijd dat het publiek ingrijpt. De projectleider moet eerst zijn helm maar eens afzetten, en vertellen waarom die hele dijkversterking eigenlijk nodig is. Er volgt een hartstochtelijk betoog over de dramatische toekomst van Onder-Leeuwen als de klimaatverandering doorzet en de dijk niét versterkt wordt.

En de inwoners horen dan?, vindt iemand. Meestal gaat het om mensen die al heel lang langs zo’n dijk wonen. Vraag ze eens wat ze zien en weten.
Maar dat moet je met direct betrokkenen niet op zo’n inloopavond doen, maar in een vroeg stadium aan de keukentafel, vindt iemand anders. En met die opdracht wordt de projectleider op pad gestuurd.

Scene 2
 
De projectleider heeft zijn huiswerk gedaan en organiseert een volgende inloopavond. Hij heeft met de direct betrokken bewoners gesproken –niet alleen over dijkversterking, ook over rivierverruiming. In een achterkamertje heeft het drietal bestuurders en projectleider de rest bekokstoofd.
                                                                                                           
Vanavond presenteert een ambtenaar het plan. De bewoners schrikken zich rot als de eerste huizen in het water verdwijnen. Of zoals de boer moppert: ‘Mijn land verdwijnt met de rivierverruiming – nee, dan heb ik geen bereikbaarheid meer nodig, maar ik vindt het een rare manier van oplossen!’
 
Gelukkig blijken er drie scenario’s bedacht. Je moet nu wel uitleggen wat je bij mensen hebt opgehaald en hoe ze dit terugzien in het plan, adviseert het publiek. En dat kom je dan nog een keer toetsen.
 

Als de ambtenaar niet veel later de voorkeuren van elke bewoner begint te turven, grijpt het publiek nog een keer in: Dat vergroot de onzekerheid. Wat goed is voor de een, is niet goed voor de ander. Je kunt dit vanwege de solidariteit van mensen niet vragen.

En wat hebben we nu geleerd?

“Vermakelijk,” luidt een conclusie na afloop. Maar er was ook te leren. Een paar tips en conclusies:

  • Maak onderscheid tussen je doelgroepengroepen, de een is meer belanghebbend dan de ander.
  • Betrek mensen zo vroeg mogelijk, ook al is de inhoud van je project nog niet compleet. Neem mensen in kleine stapjes mee.
  • Veel mensen wonen al heel lang aan de dijk. Die hebben soms al meerdere dijkverzwaringen achter de rug, uit een tijd waar inwoners nog niet actief betrokken werden. Bij hen leeft er wantrouwen, en dat komt ergens vandaan. Je moet het benoemen en serieus nemen.
  • Je moet duidelijk zijn waar mensen over mee kunnen beslissen.
  • Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Neem dus de tijd. Je moet goed luisteren en alle informatie boven tafel krijgen. In de praktijk kun je veel leren en er zit veel kennis bij verschillende mensen en partijen.
  • Bewoners willen gehoord worden en daarin serieus worden genomen. Laat zien wat je met inbreng doet of leg uit waarom je met inbreng niet iets hebt gedaan.